zaterdag 26 mei 2012

BLOGGERS OP DE BLOG





bloggers ten top

Een mooie dag, zonovergoten en af en toe een verkoelend briesje. Na een kop koffie en zelfgebakken kruidkoek van blogger Kees de hei op. Langzaam vordert de groep. Er is veel te zien en te vertellen en te fotograferen. Van elf uur 's ochtends tot vier uur 's middags struint een groepje bloggers door bos en hei langs paden en slingerende beekjes van de Olde Landschap. Zie hier een impressie van hoe bloggers zich vermaken.
zo doen bloggers dat
bloggers aan de lunch
en van de wal in de sloot

vrijdag 4 mei 2012

BEESTENBOEL OP BEGRAAFPLAATS











Gewone tuinslak - Cepaea nemoralis
Gisteren was het bewolkt en rustig weer en een aangename temperatuur van 17 graden. Tijd om eens een rondje te maken over de gemeentelijke begraafplaats  de 'Harenerhof'. De directe omgeving wordt op een natuurvriendelijke manier beheerd. Ook het nog niet in gebruik zijnde gedeelte wordt voorlopig op deze wijze onderhouden. Er wordt gefaseerd gemaaid en het gras wordt na twee of drie dagen afgevoerd zodat alle beestje tijd hebben om naar de niet gemaaide stukken te vliegen of te kruipen. Al een aantal jaren zijn er tussen het lange gras reekalfjes geboren. Het is dan altijd uitkijken dat je niet op zo'n jonkie stapt, ze blijven doodstil liggen alleen hun oortjes kunnen ze vaak niet stil houden. Helaas nu nog geen kalfje maar wel heel wat andere beesten. Een aantal zijn op de plaat gezet. Dat vind ik nog steeds beter klinken dan op de SD-geslingerd, zoals ik laatst hoorde zeggen. De groene- en bonte specht, de buizerds die in het naastgelegen bos wonen en zovele andere vogels hebben hun kelen gesmeerd en dat laten ze naar hartelust horen. Overal in de bloeiende graslanden gonst en krioelt het. De een is nog druk bezig met het verwekken van het nageslacht, terwijl de ander al kinderen heeft, of voorbereidingen treffen voor de komende kinderschaar. Het eerste kind wat ik tegen kom is de rups van de wintervlinder. Afgelopen najaar en vroege winter als ei achtergelaten vlak bij de knop van een eik. Toen de eerste eikenblaadjes verschenen is hij uit zijn ei gekropen en begonnen met vreten, vreten en vreten en nu dus al flink gegroeid. Op de elzen zit het vol met parende elzenhaantjes maar de geelbruine wilgenhaantjes doen het nog even rustig aan. Tussen wat dode brandnetelstengels hebben mooi gestreepte huisjesslakken hun liefdesnestje gevonden. Straks worden ze allebei zowel moeder als vader tegelijk. Als ik dit stel zo bezig zie vraag ik me af wat voor streeppatroon de kindertjes zullen krijgen. Ineens fladdert er iets voor me uit. Ik zet meteen de achtervolging in en krijg hem te pakken in mijn zoeker. Het is een klaverspanner, mogelijk op zoek naar een vriendinnetje. Dit mooie vlindertje is eigenlijk een nachtvlinder, maar zo af en toe vindt hij het ook best leuk overdag wat rond te zwalken en op zoek te gaan naar een lieve vlindermeid. Op het blad van de berken en elzen zijn kleine zwarte snuitkevertjes waar te nemen. Lastige beestjes om op de foto te krijgen. Een kleine beweging tegen de tak of ze kruipen snel naar de achterkant van het blad. Desnoods laten ze zich zelfs gewoon naar beneden vallen. Het zijn berkenbladrollers ook wel sigarenmakers genoemd. Ze snijden met hun monddelen een heel ingenieus patroon in het blad, rollen dat dan op maar laten het aan een nerf vastzitten. Hierin worden een aantal hele petieterig klein eitjes gelegd. De larfjes die daarna uitkomen eten van het dan verdorde blad. Het groene blad kunnen ze niet eten. Als ze groot geworden zijn valt de sigaar op de grond, de larfjes kruipen er uit en gaan zich een eindje ingraven in de grond om te verpoppen. Een eindje verderop staan een aantal populieren. Vanuit de wortels die beschadigd waren door de maaimachiene zijn vorig jaar een aantal scheuten gegroeid van wel een meter hoog. Nu zit er heerlijk mals lenteblad aan. Dat had de grote populierenhaan ook in de gaten gekregen. Hoog tijd voor een dame en zorgen dat er zo snel mogelijk eitjes gelegd kunnen worden op dat verse blad, voor een snelle groei van hun kinderen. Ik krijg geen genoeg van al dat beestenspul zodat ik mijn middag boterham vergeet en honger krijg, het is al twee uur geweest. Tijd voor een bakje koffie en een dubbele boterham met kaas dacht ik zo. Vlak voor ik de weg over wil steken fladdert een oranjetipje plagend voor me heen en weer. Ineens gaat hij op een mooie lila pinksterbloem zitten. Voorzichtig laat ik me neer op het gras tussen de fiere pinksterblommen en kruip dichterbij. Geen probleem, wat me al dagen niet lukte gaat nu als vanzelf. Meneer blijft rustig zitten en kijkt mij met zijn grijsgestipte oogjes belangstellend aan. Tot op enkele centimeters kan ik hem bekijken en fotograferen en hij vindt het allemaal prima. Een ijdeltuit? Of moe van het gejaag achter de dames? Ik weet het niet maar ik heb mijn foto's!

Grote populierenhaan - Chrysomela populi

de sigaar van de....

..........Berkenbladrolle - Deporaus betulae


Klaverspanner - Chiasmia clathrata

rups van de Grote wintervlinder - Erannis defoliarai

Geelbruin wilgenhaantje - Galerucella lineola

dinsdag 1 mei 2012

GEEL, DUIZEND KEER GEEL

Een paat warme dagen en het geel van de paardenbloemen verandert eentonige groene grasvlakten in een juichende voorjaars stemming. In de trillende lucht zingen veldleeuwerik en jodelt de wulp.


Voorzichtig waren de lintbloemen uit hun groene knop gekropen de zon tegemoet


In een tijdsbestek van een aantal uren zijn ze allemaal present. Vele tientallen kleine bloempjes op een kluitje.


Soms zijn er meerdere knoppen met elkaar vergroeid en ook de bloemstengel ziet er anders uit, breder en platter inplaats van de rolronde normale stengels. Bandvorming of fasciatie noemt men dat. 


Al die open bloemen trekken natuurlijk veel hongerige insecten aan, zoals deze snipvlieg. Ze doen zich tegoed aan bergen stuifmeel en zorgen door hun gewriemel over de bloem tegelijkertijd voor de bestuiving.


Het gevolg is een mooie grote pluizenbol.


Het wachten is dan op een flinke windvlaag en hup daar gaan alle miniatuur parachuutjes de lucht in. Aan elk parachuutje hangt een zaadje op weg naar een plekje om te ontkiemen


Elk zaadje is voorzien van een aantal naar boven gerichtte tandjes. Komen ze ergens neer dan werken ze zich met iedere beweging van een windvlaag tussen grassprieten en kieren in klinkerbestrating, in groentetuintjes, in bloembakken, ja overal, tot boven op platte daken van flatgebouwen en fabrieksloodsen. De grote vergeler van het voorjaar is dan een grote vergroener geworden


vrijdag 27 april 2012

JONKIE

Vanmorgenvroeg net wakker, wat onderuit gezakt met een bak koffie zit ik naar buiten te staren. Wat staat er op het programma vandaag. Straks krijg ik bezoek van een plantjes vriendin, dus het aanrecht even leegruimen en dan maar de tuin in. Het weer is goed en er moet nog vanalles gebeuren. Ha, daar zit een van mijn heggenmusjes op de voedertafel, het vrouwtje denk ik. Hup daar is het mannetje ook. Wat doet die nou? Stopt hij het vrouwtje wat lekkers in de snavel? Kijk ik wel goed, is het wel zijn vrouwtje? Daar is hij al weer en nu zie ik het snaveltje heel wijd open gaan. Die kleur! Dat is niet het vrouwtje, maar een jonkie. Op zijn kopje zitten nog een paar nesthaar pluimpjes. Kijker en fototoestel gepakt om het tafereeltje beter te bekijken en een poging ondernemen er een plaatje van te schieten. Dat laatste valt niet mee. Heggenmusjes zijn kleine zenuwlijdertjes, ze zitten geen moment stil. Plots vliegen ze alletwee de klimop in. Op het dak van het schuurtje is een gaai neergestreken en nummer twee zit een eindje verderop vanuit de oude eik op de uitkijk. Boos stap ik naar buiten en roepend en handenklappend jaag ik ze weg, wat maar gedeeltelijk lukt. In de volgende boom gaan ze weer rustig kijken wat er staat te gebeuren. Dan maar op sokken daarheen en ze naar de overkant van de straat gejaagd. Ze hadden het voorzien op mijn heggenmusje. Al vaak had ik ze gezien, zittend op een tak nestelende vogeltjes te observeren. Mijn tjiftjaffen, heggenmussen, meesjes en merelvriendin met haar witte veertjes, alles werd in de gaten gehouden. De gaai is een mooie vogel om te zien, maar hij moet van mijn kleintjes afblijven!

woensdag 25 april 2012

SCHUIVENDE PANELEN




het schuiven van een beukenknop vangt aan






de druk doet alles uitschuiven

na het schuiven het uitvouwen

Het wordt eindelijk wat warmer en dan gaat het gebeuren. De druk in de knoppen loopt op, duwt tegen de schubben. Er zit niets anders op ze moeten na hun beschermende dienst gedurende de winter meegeven, loslaten, schuiven en de inhoud laten gaan. Alles moet er uit, blaadjes, takjes en bloemen, groeien, groeien en bloeien dat is wat er moet gebeuren. De eik en de beuk hebben al te lang gewacht. De kastanje staat al helemaal in blad en de eerst bloemetjes in de kaarsen zijn al ontloken. Nu zijn ze begonnen aan de inhaalslag. Over enkele dagen, een weekje misschien hebben ze het gefikst en zijn lanen, dreven en bossen gehuld in het mooiste groen van het jaar : Lentegroen!

ook de bruine beuk doet mee

en de stugge eikenknop moet ook gaan schuiven

bijna explosief knallen blad en bloemtrosjes uit hun corset


maandag 23 april 2012

MISTLETOE

bloeiende vogellijm in april
In de jaren zeventig van de vorige eeuw groeide in een populier langs de A-7 tussen Hoogezand en Sappemeer een Mistletoe ( Viscum album ). Zijn Nederlandse naam is Vogellijm of ook wel Maretak. Deze groeiplaats was toentertijds de noordelijkste vindplaats in ons land. Door de toenemende verkeersdruk moest de tweebaansweg naar een vierbaansweg worden omgeturnd. Het valt te raden wat er ging gebeuren, een hele rij populieren moest worden gekapt en natuurlijk ook de woning van de vogellijm. Protest hielp niet. Toen kwam er een 'reddingsplan'. Het stuk stam met enkele kortgezaagde zijtakken eraan en de vogellijm werd overgebracht naar de Hortus Haren. Het onderste deel diep in de grond gegraven en maar hopen dat het zou lukken. De stam zou wortels krijgen, de sapstroom weer op gang komen en de vogellijm was gered. Zo simpel is dat natuurlijk niet, de vogellijm ging dood net als de stam. Einde verhaal. Gelukkig staat er in de hortus een sierappel waar een aantal mooie maretakken op groeien. Ooit waren ze 'gezaaid' op een aantal toen nog jonge boompjes. Dat heb ik altijd onthouden. Na de kerst van 2008 had ik wat zaadjes tegen het stammetje van mijn sierappeltje gelijmd met hun eigen plaksel. Het jaar erop steeds gekeken of er iets gebeurde. Duidelijk was dat een aantal zaadjes waren verdwenen. Opgegeten door vogels dacht ik. Toen in de herfst mijn boompje zijn blad liet vallen zag ik een klein groen gevalletje aan de stam. Er was een zaadje gekiemd en twee kleine groene blaadjes staken uit de stam! In 2010 groeide hij door met weer een paar blaadjes en dat gaat nog steeds door, langzaam maar gestaag.

en ook nog besjes in april

Het vogellijm is een halfparasiet. Het haalt met zijn wortels mineralen uit zijn gastheer, maar kan wel zelf assimileren. In ons land komt hij vooral voor in Limburg en daar is een reden voor. Populieren en ook appels die groeien op kalkrijke grond hebben altijd zijn voorkeur, vandaar dat we ze hier zo weinig zien. Maar ja wat moet je als zaadje als je door een vogel of mens wordt meegenomen naar andere streken en toch wilt ontkiemen, gewoon groeien dus. Uit de kleverige massa van zijn besjes maakten in vroeger tijden vogelvangers een sterke kleefstof die op stokken werd gesmeerd om op deze manier zangvogeltjes te vangen. Die beestjes werden dan op vogelmarkten te koop aangeboden in kleine kooitjes. Wie kent niet het verhaal van twee zwarte kraaloogjes die blind waren gemaakt opdat het vogeltje nog mooier zou zingen. Gelukkig zijn dergelijke praktijken verleden tijd, geschiedenis geworden. Het plantje heeft er wel zijn naam aan te danken. Bij de oude Kelten was het een magische plant en was het een symbool van de onsterfelijkheid van de ziel. Vroeger werd het gebruikt tegen diverse kwalen, meestal werd het blad maar soms de hele plant gebruikt. Tegenwoordig weet men dat het stoffen bevat die tumor remmend en bloeddruk verlagend werken. In onze tijd is het een zeer gewilde kerstversiering, mogelijk weer een van de vele heringevoerde heidense gebruiken in het Christendom.

En wie heeft bedacht dat, als je er met iemand onder staat hem of haar mag zoenen? Een heidens vruchtbaarheids ritueel?   Hoe dan ook, ik ben blij met mijn klein maretakje en hoop hem uit te kunnen zien groeien tot een grote wintergroene bal met helder witte besjes.

vrijdag 20 april 2012

EITJES AAN GROENE STEELTJES



kievitsbloem, de paarse vorm

Vroeger waren ze al niet heel erg algemeen, maar tegenwoordig zijn ze zeldzaam in het wild aan te treffen. Slechts op enkele plaatsen zijn ze nog te vinden, de kievitsbloem ( Fritillaria meleagris ), ook wel kievitseitjes genoemd. Niet zo'n raar idee eigenlijk. Ze hebben gevlekte, beetje eivormige bloemen. Vooral vlak voor het open gaan zijn het net eitjes. Bovendien worden ze ook in weilanden gevonden. Meestal zijn ze paars gevlekt, maar ook witte exemplaren komen voor, vreemd genoeg meer in cultuur dan in de natuur. Het is een bolgewasje en hoort bij de familie van de lelieachtigen ( Liliaceae ). Het houdt van vochtige natte, niet te arme grond en kan zelfs tegen tijdelijke overstromingen van beekjes en rivieren. Op sommige plaatsen in Europa kan het voorkomen dat ze gewoon in een laagje water na een plotselinge overstroming staan te bloeien. Door overbemesting en ontwatering zijn ze op veel plaatsen waar ze voorkwamen helaas verdwenen. Maar.... wij zijn een land van bollenkwekers en omdat veel mensen het mooie bloemetjes vinden worden ze volop gekweekt om in onze tuinen te zetten. En niet alleen daar, we komen ze ook tegen in het openbaar plantsoen, heemtuinen en botanische tuinen. In de Harense Hortus doen ze het al vele jaren goed en breiden zich zelfs uit. Al weer een voorbeeld van het belang van dit soort toevluchtoorden voor vele soorten planten. O, ja, als u ze in de herfst als bolletje aan wilt schaffen denken om de volgende zaken. Direct planten!! Geef ze een lekkere vochthoudende en voedzamen grond. Laat ze uitbloeien zodat ze zich kunnen uitzaaien en houdt de leliehaantjes, die kleine oranjerode vreetmachientjes in de gaten. Pluk ze ook zelf niet, want dan zal het bolletje 'verhongeren' en het volgend jaar niet meer verschijnen. 

en de witte vorm, soms zijn zelfs helemaal spierwit