donderdag 6 oktober 2011

MET HUIS EN HAAR


behaarde slak

Regen, nattigheid en afstervende planten. Het is herfst. Als ik de tuin in loop om de regenmeter leeg te gooien, zit er al 9 mm. in. Volgens Paulusma komt er nog genoeg bij de komende tijd. Vandaag maar binnenshuis aan de slag. De stofdoek moet er maar eens door. Dan liggen er nog genoeg zaken die verdere aandacht nodig hebben. Mijn foto archief moet nodig bijgewerkt en meegebrachte naturalien op naam gebracht en worden opgeborgen. Gisteren nog wat bezig geweest in de tuin. Overal kwam ik slakken tegen, jong en oud en in een aantal soorten. Na deze zomer hebben ze zich flink vermeerderd. Naaktslakken en huisjes slakken. Vooral de huisjesslakken hebben het goed gedaan. Op elke plant of struik zitten wel een aantal grote en piepkleine huisjes. Allemaal van het zelfde soort? Nee, er zitten meerdere soorten in mijn tuin. De gewone tuinslakken ( Cepaea nemoralis ) met hun verschillend gekleurde huisjes, dan de heesterslak ( Arianta arbustorum ) met een donker bruinachtig huisje en de segrijnslak ( Helix aspersa ), een grote soort met ook een bruin-beige huis. De laatste is overigens eetbaar net als de wijngaardslak waar hij familie van is. Regelmatig kom ik ook nog een aantal kleine soorten tegen. Het boerenknoopje ( Discus rotundatus ), de kelderslak ( Oxychilus cellarius ), glanzende agaathoren ( Cochlicopa lubrica ) en de behaarde slak ( Trichia hispida ). Met zoveel slakken is het geen wonder dat er, naast de rupsenvraat in de zomer,  zoveel gaten en gaatjes is de meeste planten zitten.

baby tuinslak


woensdag 5 oktober 2011

WERK IN UITVOERING


Hoornaar-nest

Nog is het aardig weer. De komende dagen zal het anders zijn zegt de weerman. Regen en harde wind en een stuk kouder. Ja, wat wil je het is herfst. Het weekje zomer was een goedmakertje voor de afgelopen zomer. Het blad aan de bomen kleurt en begint al te vallen. Nog is er weinig wind. Alleen in het bos hoor ik in de stilte het blad zachtjes vallen. De af en toe vallende eikels maken heel wat meer herrie. Tussen het mos en de bladeren paddenstoelen in vele soorten. Op dode takken en stronken weer andere soorten. Spinnen hebben het bos vol gehangen met webben. Ze willen graag de buikjes rond eten nu het nog kan. De bonte specht hakt op een dode stam op zoek naar een lekker hapje. Onder een stuk dood hout vind ik een wespen koningin. Ze is dik en vet en heeft hier al een plekje gevonden om de winter door te komen. In een holle dode eik zit een groot nest van de hoornaar ( Vespa crabro ), onze grootste wesp. De stam staat lekker in de zon. Het is dan ook een drukte van belang. De zware bromtonen duidelijk hoorbaar, vliegen ze af en aan. Hard werken om zoveel mogelijk bij elkaar te krijgen om het volgend voorjaar te halen. Dit nest zit er al een aantal jaren. Soms zit er een groot bouwsel aan de buitenkant van de stam. Nu echter vliegen ze in en uit een aantal gaten. Vermoedelijk hebben ze binnen wat meer ruimte gekregen en afgezien van een grote uitbouw. Nuttige dieren zijn het. Hun jongen worden gevoed met allerlei insekten. In kleine fijn gekauwde balletjes worden ze opgediend. Wespenbitterballen zullen we maar zeggen. Tegenover de mens zijn ze redelijk  verdraagzaam. Laat ze maar rustig hun gang gaan. Zolang je niet aan hun nest komt doen ze niets, zijn niet agressief. Doe je dat wel, berg je dan want steken kunnen ze en daar kun je best heel beroerd van worden! Ook mijn werk moet weer doorgaan, zowel in als buiten het huis. Dus aan de slag!

dinsdag 4 oktober 2011

ONVERWACHTS




Het was heerlijk weer. Met een groep oude sokken ( oud NJN-ers ), op pad rond het Siepelveen bij Zeegse. Het is er vrij rustig deze zaterdag. Iedereen zal wel in de buurtsuper de BBQ-spullen aan het verzamelen zijn. De omgeving ziet er heel anders uit dan een jaar geleden. Staatsbosbeheer heeft flink huis gehouden. Hele stukken zijn ontdaan van stuikgewas en bomen. Een gedeelte was afgezet met schapengaas met binnen deze omheining schapen. Deze afrastering wordt, zoals te zien was, regelmatig verplaatst. De plas lag nu in de zon te bakken en wij hadden er ruim zicht op. Aan de overkant waren een paar mensen met een hond. Die moest natuurlijk steeds weer dezelfde stok uit het water halen. Persoonlijk vind ik dat niet horen in een natuurgebied, maar ja wie ben ik. Al wandelend kwamen we heel wat soorten paddenstoelen tegen. Witte knolamaniet, aardappelbovist, eekhorentjesbrood, pelargonium gordijnzwam, berkenboleet, elfenbankjes en nog veel meer. Al wandelend en fotograferend en keuvelend trokken we verder. Toen de dorst en de lekkere trek zich deed gelden, begon het wandeltempo wat te versnellen. Natuurlijk zijn er altijd figuren die onderweg nog vanalles zien en niet vooruit te branden zijn. Zo bleven wij met drie mensen de achter hoede vormen. Bijna terug bij het beginpunt zagen wie iets in een turfput vol pikzwart water. Kleine steeltjes staken boven de waterspiegel uit. Wat zou dat toch zijn? Het leekt op iets bekends maar het was niet goed te zien. Met een stok haalden we een stukje naar de wal. Blaasjeskruid! Plots zagen we een eindje verder op ook de tere bloempjes zich in het water spiegelen. Dat moest op de foto natuurlijk. De broekspijpen hoog op gestroopt en het water in. Een klein eindje was mogelijk, maar een stap verder kon ik geen bodem meer voelen. Zo diep had ik de put niet verwacht. In een wat moeilijke houding lukte het een aantal foto's te maken. Oef wat stonk dat zwarte veenwater! We namen een stukje mee om te determineren en sjokten de rest van de groep achterna. Toen we aankwamen was iedereen al aan de sapjes en hapjes. Later thuis het plantje op naam gebracht. We hadden het Kleine blaasjeskruid ( Utricularia minor ) gevonden. Dit fraaie waterplantje staat op de rode lijst als kwetsbaar aangemerkt. Een leuke vondst dus. Blaasjeskruid is een bijzonder plantje, het is n.l. een vleeseter. Met de kleine blaasjes tussen zijn draadvormige blaadjes vangt hij kleine diertjes, zoals bijvoorbeeld watervlooien.

klein blaasjeskruid  bloem

de blaasjes tussen de takvormige blaadjes


vrijdag 30 september 2011

Alles tegelijk


Bijschrift toevoegen

In de beukenheg groeit een kamperfoelie. Ooit vanuit een zaadje, uitgepoept door een vogel, opgekomen. In het begin heb je dat niet in de gaten. Dan ineens komen de klimmende, windende takken te voorschijn. Wat moet je er mee. Laten zitten of weghalen? Ach de natuur heeft het zo gewild dus laat maar gaan. De heg wordt een keer per jaar geknipt de kamperfoelie krijgt dan eerst de ruimte om door te groeien. Pas in het vroege voorjaar krijgt ook hij met de snoeischaar te maken. Ondanks deze knipbeurt bloeit hij elk jaar naar hartelust. In de zomeravonden vult hij de tuin met een heerlijke geur en overdag de heg met mooie bloemen.
Na de bloei komen er trosjes rode bessen voor terug. In het najaar krijgt hij het ineens op de heupen. Naast de bessentrosjes tovert hij ook weer bloemen te voorschijn. Dubbel plezier voor de tuin bezitter. En niet allen voor hem. Voor de late nachtvlinders is er nog wat te snoepen en de vogels pikken overdag graag een besje mee. De late bloei geeft ook nog bes. Soms worden deze niet helemaal rijp en verdrogen aan de plant.
Daar weet in de winter de gouvink wel raad mee. Veilig tussen de takkenwirwar verstopt, peutert hij de zaadjes uit hun verdroogd omhulsel. Zo zie je maar weer, niets gebeurd zonder reden in de natuur.

In 't gelid.

In mijn tuin staat een knotwilgje. Eens opgekomen uit een zaadje dat was komen aanwaaien. Het stammetje is nu ongeveer polsdik. Op twee meter hoogte heb ik een paar jaar geleden de kop er af geknipt.
Elk jaar als de katjes zijn uitgebloeid gaan alle takken er af en loopt hij opnieuw weer uit. Lange takken staan er nu op, bijna twee meter lang. Op deze wilg zitten ieder jaar wel een aantal opvreters. Dit jaar had ik nog niets gemerkt van de kleine vreetmachientjes. Regelmatig kijk ik de bladeren na op vraatsporen. En vandaag, ja hoor ze zijn er weer. Al drie blaadjes hebben alleen nog wat nerven, de rest is opgegeten.
Dan is het niet moeilijk meer de daders te vinden. Op heterdaad betrapt!.Wat zijn dat voor diertjes? Wel het zijn de larven van de wilgenbladwesp. Het lijken net rupsjes, maar zijn het niet. Het aantal pootjes is anders.
Ze hebben veel buikpootjes, iets wat een vlinderrups niet heeft. Daarom worden ze ook wel bastaard rupsen genoemd. Het is altijd leuk om even tegen het takje te tikken. Allemaal steken ze dan het achterlijf in de lucht en verspreiden een vreemd luchtje. Ze doen dat om vogels af te schrikken. De boom heeft er geen hinder van er zit blad genoeg aan. Bovendien geniet ik van deze kleine schransbeestjes.

donderdag 29 september 2011

BRUIN OF ZWART

Eerst was het weer niet aantrekkelijk om in de tuin te werken. Regenachtig, alles nat, zelfs het gras maaien werd een smeerboel. Als het eindelijk wat beter wordt, ga ik een week weg. Nou dan heb je wat te doen als je terug komt! Gelukkig is het mooi nazomerweer dus er maar tegen aan. Atalanta's, zweefvliegen, bijen en andere insekten zoemen rond de bloeiende klimop. Heerlijk ruikt die bloemen pracht. Eerst maar wat afgestorven en uitgebloeide toestanden opruimen. Wat is dat! Vreterij in de Pelargonium. Zelfs een steeltje van een bloemtros is doorgeknaagd. Zoeken waar de boosdoener zit. Jawel hoor, midden op het blad en rechtsonder nog eentje. Twee vette groene rupsen.  Even een foto maken en dan weer verder met de tuin. Verdraaid op de Acanthus ook vreterij. Na wat zoekwerk ook een rups. Ook een vette meneer of is het een mevrouw? Deze is echter bruin, maar heeft dezelfde tekening als de groenen. Eerst maar weer op de foto. Straks bij een kop koffie het rupsen boek ter hand en zoeken. Lekker in de zon, voeten op een bankje, koffie en een plak koek bij de hand. Ha, gevonden, het zijn de rupsen van de Perzikkruiduil ( Melanchra persicariae ). De rupsen leven op allerlei kruiden en bomen en dus ook op tuinplanten. Ze leven van juli tot oktober en gaan zich daarna verpoppen in een cocon in de grond. Tijdens het voorjaarswerk kun je ze dan weer tegenkomen. De vlinders vliegen in de avond en nacht, echte "uilen" dus. Vanaf half mei tot eind augustus kun je ze tegenkomen bij een buitenlamp. Ze komen vaak op licht af, maar je kan ze 's avonds laat ook tegenkomen op bloemen. En kom je hem niet tegen in het donker, dan weet je door de rups dat hij er wel is.

dinsdag 27 september 2011

KORVERS KOOI


Korverskooi

Vorige week was ik op het mooie Texel. Daar had ik een afspraak om een ochtend mee te gaan met het vogels ringen. ( zie het vorig verhaaltje ).
Dat ringen gebeurd in de eendenkooi bij De Koog.

Vrijwilliger Mart Zijm met zakkenvol vogels

Deze eendenkooi is al heel oud, maar liefst 175 jaar! Wat heel bijzonder is, hij is nog steeds als zodanig in gebruik. Tot 1960 was de kooi in particuliere handen. De laatste kooiker was Dirk Korver. Naar hem is dus deze kooi genoemd. De huidige eigenaar is Staatsbosbeheer. De kooiker van vandaag, Leo Daalder, is pachter en vangt dus eenden welke worden verkocht aan een poelier. Niet alle eenden worden verkocht, zeldzame en beschermde soorten worden weer vrij gelaten, vaak met een ring om de poot. Ook het onderhoud aan deze kooi wordt door de kooiker verzorgd. Het plaatsen van nieuwe rietmatten, snoeien van de beplanting en maaien van het gras. De paden door de kooi worden vrij gehouden van blad zodat er een zacht mostapijt op ligt. Je kunt onhoorbaar door de kooi sluipen over deze prachtig groene paden. De kooi is niet voor publiek toegankelijk. Het was dan ook een groot voorrecht dat ik dit voorjaar in april een kijkje mocht nemen en kennis maakte met kooiker Daalder en kleinzoon Sander. Deze is nu in opleiding om straks zijn grootvader op te volgen en helpt hem al regelmatig bij de diverse werkzaamheden. Van het een komt het ander en zo kwam ik in contakt met Mart Zijm, een bevlogen vogelaar en vrijwilliger in de ringploeg. Dat ringen van vogels is begonnen in 1961 door Staatsbosbeheer, in eerste instantie met het ringen van eenden. Later kwamen daar de zangvogels bij. Uiteindelijk is het hele vogelringen over gegaan naar de vogelwerkgroep van Texel ( http://www.vogelwerkgroeptexel.nl/ ). Puur vrijwilligerwerk dus!! Het is dan ook niet een kwestie van een dagje vogels ringen, het gaat bijna het hele jaar door. Van half april tot begin augustus 12x om de 10 dagen, dan aansluitend de najaarstrek, 3x in aug. 6x in sept. en 5 of 6x in okt. Men loopt dan 5 rondes per keer langs zo'n zes netten en een grote vangkooi waarin fruitbomen staan om merels en lijsters te lokken. In november wordt langzaam afgebouwd. In deze maand worden vooral houtsnippen gevangen en geringd.Op de ronde die ik samen met Zijm deed vingen we 1 roodborst, 2 merels, 1 zanglijster, 1 tuinfluiter, 2 tiftjaffen en 20 zwartkopje mannetjes en vrouwtjes. Het mannetje met een zwarte pet en de vrouwtjes met een bruin mutsje.
Kooiker Daalder met zijn trouwe hulp

Een bijzondere plek op een bijzonder mooi eiland met hele plezierige mensen.


man en vrouw zwartkop