maandag 10 oktober 2011

WINEGUMS en SATIJNEN KNOOPJES



Plaatjesgalwesp - Neuroterus albipes

Het is nog steeds herfstig. Wind en regen regeren. Even is er een drogere periode. Dus naar buiten, een frisse neus halen. Een grote groep mezen buitelt door de stuiken. Het zijn doortrekkers uit het noorden. Koolmezen en pimpeltjes deze keer. Soms zitten er ook andere mezen tussen zoals staart-, zwarte- en kuifmees. De houtduiven doen zich tegoed aan de eikels. Ook de gaaien doen hun best. Het liefst plukken ze de eikels uit de boom. Ze eten ze niet allemaal tegelijk op, maar verstoppen ook een voorraadje onder het mos. Door de wind liggen er veel dode, maar ook levende takken met blad op de grond. Aan zo'n bebladerde tak ontdek ik iets op het blad. Kijken wat het is. Het lijken wel kleine winegums door hun vorm en kleur. Het zijn galletjes. Deze galletjes zijn ontstaan doordat een mini wespje een eitje had gelegd in het blad. De eik reageert hierop met het vormen van zo'n winegum achtig gevalletje. Daarin leeft dan het superkleine larfje. In het najaar vallen de galletjes op de grond. In het voorjaar komen daar dan de wespjes uit en leggen eitjes op pas uitgelopen eikenblad. Een klein galletje op de bladrand is dan het gevolg. De wespjes die daar weer uitsluipen , allemaal vrouwtjes, leggen weer een eitje in het zomerblad en vormen dan onze winegums. Op een tak een eindje verder op vind ik een ander galletje, mooi rond, goudbruin van kleur en een diep deukje in het midden. Het is het galletje van een ander galwespje de satijnknoopgalwesp. Ook al weer zo'n petieterig klein dingetje. Daarin leeft ook al weer een heel klein larfje. De wespjes die hier in het voorjaar uit kruipen zorgen in de zomer voor puistgalletjes op het eikenblad. De generatie daaruit zorgt op zijn beurt weer voor de satijnen knoopjes in de nazomer en herfst. Op de eik komen heel erg veel soorten gallen voor, bijna honderd verschillende!! Daarover in een volgend blog meer.

Satijnknoopgalwesp - Neuroterus numismalis


zondag 9 oktober 2011

EERSTE WAARSCHUWING


Impatiens niamniamensis

Het is koud als ik vanmorgen mijn bed uit stap. Met het raam open en de kachel uit, vraag ik me af hoe koud? Snel even buiten op de thermometer kijken. Minimum in mijn tuin was 2 graden! Gauw weer naar binnen, radio aan en luisteren wat onze Piet ervan zegt. Ja hoor, plaatselijk was er grondvorst waargenomen.

Eerst maar een kopje koffie en een rijstwafel met zelf gemaakte kruisbessen jam. Jas aan en de tuin in, kijken hoe de planten de kou hebben doorstaan. Het ziet er door de regen en harde wind van de laatste dagen allemaal wat verfomfaaid uit. Van vorstschade is nog niets te zien. Piet had gezegd dat de temperatuur vanavond op zal lopen en de kans op grondvorst niet meer aanwezig is. Geen paniek dus. Lang zal het echter niet meer duren voor de vorstgevoelige planten het loodje leggen. De dahlia 's laat ik staan tot ze een nachtvorst hebben gehad en het blad zwart ziet. Een van de erg gevoelige planten is het springzaad uit de familie van de Balsaminaceae. Een bekende uit deze familie is het Vlijtig Liesje, Impatiens walleriana. Ook de Reuzenbalsemien, Impatiens glandulifera, kent iedereen. In mijn tuin heb ik daarnaast twee wat minder bekende soorten. De eerste is een vaste plant en absoluut niet winterhard. Het is de Papegaai balsemien, Impatiens niamniamensis uit tropisch Afrika. Prachtige driekleurige bloemen heeft hij, die het hele jaar door blijven verschijnen. Ondanks zijn tropische afkomst doet hij het goed in een pot in de tuin en is bij mij nu 60 cm. hoog. Een temperatuur van 7 graden kan hij goed verdragen, bij 2 graden wordt het kritiek. Morgen zal ik hem eens goed bekijken en naar het weersbericht luisteren. Duidelijk is dat hij binnenkort in huis moet. Of ik de hele plant binnen zet weet ik nog niet, hij is wel erg groot. Een stek zou ook kunnen, want stekken gaat net als bij het Vlijtig Liesje heel gemakkelijk. De andere spring-in-het-veld is eenjarig. Het is de Impatiens cristata. Deze komt uit een heel ander deel van de wereld. Hij hoort thuis in de wat dampige bergbossen van Kashmir tot in Bhutan. Houdt dus niet van felle zon maar doet het goed in de halfschaduw op vochthoudende grond. Daar groeit hij op tot zo'n 60 soms 80 cm. hoog. Bloeit tot de eerste echte nachtvorst met mooie gele, roodbruin gespikkelde bloemen. Om er zeker van te zijn dat ik hem niet kwijt raak oogst ik altijd wat zaad om in het voorjaar uit te zaaien. Hij doet het nu al acht jaar goed en zaait zich zelf uit. Elk jaar komen er voldoende planten op, het liefst in de potten met Hosta 's en inderdaad in de halfschaduw. Het is duidelijk. Haal de vorstgevoeligen binnenkort naar binnen, oogst zaden en..........plant nu bloembollen!

Impatiens cristatus


zaterdag 8 oktober 2011

Sinaasappels of citroenen.


bloem in april

Het is de tijd van herfstkleuren en vruchten en zaden. Veel bomen, struiken en planten doen hun uiterste best te zorgen voor nakomelingen. Appels, peren, pruimen, we weten ze te vinden. Hoewel, wie heeft er tegenwoordig nog een fruitboom in de tuin? Het meeste fruit halen we bij de groentenman of op de markt.


In de tuin hebben we meestal siergewassen. In het openbaar plantsoen kom je over het algemeen ook geen fruitbomen tegen. In de gemeente Haren echter, staan hier en daar wel enkele fruitbomen, appels, peren en pruimen. Zelfs midden in het dorp staan er een paar. De meeste winkelende mensen lopen er aan voorbij. Velen lopen ook voorbij de soms prachtige sierstruiken en bomen. Op de Eshof staat ook een groot sortiment aan prachtige bomen en struiken. Daarvan is er nu eentje met vruchten. Het lijken wel sinaasappels of citroenen. Bijt er maar niet in, ze smaken absoluut niet, wrang, bitter,zuur. Het zijn de vruchten van de Poncirus trifoliata. Helaas heeft deze struik geen nederlandse naam. Hij behoort tot de plantenfamilie, Rutaceae net als de echte sinaasappels, mandarijntjes en citroenen. Oorspronkelijk komt hij uit Japan en is in het midden van de 19de eeuw ingevoerd in Europa. Net als de citrusvruchten bloeit hij met heerlijk geurende bloemen. De takken zijn mooi groen van kleur en voorzien van grote, platte dorens. De blaadjes zijn drietallig zoals de naam trifoliata al zegt. Als jonge plant is hij wat gevoelig voor vorst. Een beschut plekje in de zon heeft hij graag. Hoewel niet iedereen even blij is met al die grote dorens, is het een prachtplant in de tuin. Wie wil er niet genieten van heerlijk geurende oranje bloesem in zijn eigen tuin.

vrucht in oktober


vrijdag 7 oktober 2011

GIF !!!

Het is weer volop paddenstoelentijd. Overal in bos, veld, duin en tuin komen ze te voorschijn. Groot en klein in vele vormen en kleuren. Altijd iets geheimzinnigs hebben ze over zich. Zo is er niets te zien en dan opeens, daar zijn ze. Geen wonder dat sommige een naam hebben gekregen die duistere zaken doen vermoeden. Allereerst al de groepsnaam paddenstoelen. Dan, als ze in een kringetje groeien, heet het een heksenkring.


groene knolamaniet, jong

Komt de stinkzwam net als een bol boven de grond, dan heet het een duivelsei. Namen als heksenboleet en satansboleet, dan heb je nog slijmkoppen en wat te denken van de rouwridderzwam. Namen die niet veel goeds beloven. Gelukkig zijn er ook genoeg met een vriendelijke naam. Donsvoetje, elfenschermpje, plooirokje en fluweelpootje komen heel wat beter over. Toch zijn er veel mensen een beetje bang voor. Als je in het bos loopt dan hoor je ouders roepen: "afblijven, niet aankomen, giftig!". Een beetje overdreven. Er zijn om te beginnen maar een paar paddenstoelen waar je aan dood gaat als je ze op eet. Even over de hoed van een vliegenzwam strijken? Daar gaat geen mens van dood. Direct de handen wassen is ook onzin. Ze kapot slaan is al helemaal idioot!! Toch gebeuren er jaarlijks ongelukken met paddenstoelen. Soms als men ze plukt om op te eten, kan het gebeuren dat er een verkeerde tussen zit. Het is dus wel zaak goed te weten wat je als lekker hapje op tafel kunt zetten. Kort geleden las ik een wel heel alarmerend berichtje in de krant. Ergens in een openbaar plantsoen was de dodelijk giftige Groene knolamaniet ontdekt. De gemeente moest er iets aan doen, de buurt gewaarschuwd worden en kinderen weggehouden uit het plantsoen. Wat een flauwe kul. Hoe ver zijn we van de natuur af geraakt. Gewoon laten staan. Kijk er naar, geniet er van en eet ze vooral niet op. Ben je toch bang, blijf er dan van af, maar kapot maken is niet nodig.
Groene knolamaniet - Amanita phalloides

donderdag 6 oktober 2011

MET HUIS EN HAAR


behaarde slak

Regen, nattigheid en afstervende planten. Het is herfst. Als ik de tuin in loop om de regenmeter leeg te gooien, zit er al 9 mm. in. Volgens Paulusma komt er nog genoeg bij de komende tijd. Vandaag maar binnenshuis aan de slag. De stofdoek moet er maar eens door. Dan liggen er nog genoeg zaken die verdere aandacht nodig hebben. Mijn foto archief moet nodig bijgewerkt en meegebrachte naturalien op naam gebracht en worden opgeborgen. Gisteren nog wat bezig geweest in de tuin. Overal kwam ik slakken tegen, jong en oud en in een aantal soorten. Na deze zomer hebben ze zich flink vermeerderd. Naaktslakken en huisjes slakken. Vooral de huisjesslakken hebben het goed gedaan. Op elke plant of struik zitten wel een aantal grote en piepkleine huisjes. Allemaal van het zelfde soort? Nee, er zitten meerdere soorten in mijn tuin. De gewone tuinslakken ( Cepaea nemoralis ) met hun verschillend gekleurde huisjes, dan de heesterslak ( Arianta arbustorum ) met een donker bruinachtig huisje en de segrijnslak ( Helix aspersa ), een grote soort met ook een bruin-beige huis. De laatste is overigens eetbaar net als de wijngaardslak waar hij familie van is. Regelmatig kom ik ook nog een aantal kleine soorten tegen. Het boerenknoopje ( Discus rotundatus ), de kelderslak ( Oxychilus cellarius ), glanzende agaathoren ( Cochlicopa lubrica ) en de behaarde slak ( Trichia hispida ). Met zoveel slakken is het geen wonder dat er, naast de rupsenvraat in de zomer,  zoveel gaten en gaatjes is de meeste planten zitten.

baby tuinslak


woensdag 5 oktober 2011

WERK IN UITVOERING


Hoornaar-nest

Nog is het aardig weer. De komende dagen zal het anders zijn zegt de weerman. Regen en harde wind en een stuk kouder. Ja, wat wil je het is herfst. Het weekje zomer was een goedmakertje voor de afgelopen zomer. Het blad aan de bomen kleurt en begint al te vallen. Nog is er weinig wind. Alleen in het bos hoor ik in de stilte het blad zachtjes vallen. De af en toe vallende eikels maken heel wat meer herrie. Tussen het mos en de bladeren paddenstoelen in vele soorten. Op dode takken en stronken weer andere soorten. Spinnen hebben het bos vol gehangen met webben. Ze willen graag de buikjes rond eten nu het nog kan. De bonte specht hakt op een dode stam op zoek naar een lekker hapje. Onder een stuk dood hout vind ik een wespen koningin. Ze is dik en vet en heeft hier al een plekje gevonden om de winter door te komen. In een holle dode eik zit een groot nest van de hoornaar ( Vespa crabro ), onze grootste wesp. De stam staat lekker in de zon. Het is dan ook een drukte van belang. De zware bromtonen duidelijk hoorbaar, vliegen ze af en aan. Hard werken om zoveel mogelijk bij elkaar te krijgen om het volgend voorjaar te halen. Dit nest zit er al een aantal jaren. Soms zit er een groot bouwsel aan de buitenkant van de stam. Nu echter vliegen ze in en uit een aantal gaten. Vermoedelijk hebben ze binnen wat meer ruimte gekregen en afgezien van een grote uitbouw. Nuttige dieren zijn het. Hun jongen worden gevoed met allerlei insekten. In kleine fijn gekauwde balletjes worden ze opgediend. Wespenbitterballen zullen we maar zeggen. Tegenover de mens zijn ze redelijk  verdraagzaam. Laat ze maar rustig hun gang gaan. Zolang je niet aan hun nest komt doen ze niets, zijn niet agressief. Doe je dat wel, berg je dan want steken kunnen ze en daar kun je best heel beroerd van worden! Ook mijn werk moet weer doorgaan, zowel in als buiten het huis. Dus aan de slag!

dinsdag 4 oktober 2011

ONVERWACHTS




Het was heerlijk weer. Met een groep oude sokken ( oud NJN-ers ), op pad rond het Siepelveen bij Zeegse. Het is er vrij rustig deze zaterdag. Iedereen zal wel in de buurtsuper de BBQ-spullen aan het verzamelen zijn. De omgeving ziet er heel anders uit dan een jaar geleden. Staatsbosbeheer heeft flink huis gehouden. Hele stukken zijn ontdaan van stuikgewas en bomen. Een gedeelte was afgezet met schapengaas met binnen deze omheining schapen. Deze afrastering wordt, zoals te zien was, regelmatig verplaatst. De plas lag nu in de zon te bakken en wij hadden er ruim zicht op. Aan de overkant waren een paar mensen met een hond. Die moest natuurlijk steeds weer dezelfde stok uit het water halen. Persoonlijk vind ik dat niet horen in een natuurgebied, maar ja wie ben ik. Al wandelend kwamen we heel wat soorten paddenstoelen tegen. Witte knolamaniet, aardappelbovist, eekhorentjesbrood, pelargonium gordijnzwam, berkenboleet, elfenbankjes en nog veel meer. Al wandelend en fotograferend en keuvelend trokken we verder. Toen de dorst en de lekkere trek zich deed gelden, begon het wandeltempo wat te versnellen. Natuurlijk zijn er altijd figuren die onderweg nog vanalles zien en niet vooruit te branden zijn. Zo bleven wij met drie mensen de achter hoede vormen. Bijna terug bij het beginpunt zagen wie iets in een turfput vol pikzwart water. Kleine steeltjes staken boven de waterspiegel uit. Wat zou dat toch zijn? Het leekt op iets bekends maar het was niet goed te zien. Met een stok haalden we een stukje naar de wal. Blaasjeskruid! Plots zagen we een eindje verder op ook de tere bloempjes zich in het water spiegelen. Dat moest op de foto natuurlijk. De broekspijpen hoog op gestroopt en het water in. Een klein eindje was mogelijk, maar een stap verder kon ik geen bodem meer voelen. Zo diep had ik de put niet verwacht. In een wat moeilijke houding lukte het een aantal foto's te maken. Oef wat stonk dat zwarte veenwater! We namen een stukje mee om te determineren en sjokten de rest van de groep achterna. Toen we aankwamen was iedereen al aan de sapjes en hapjes. Later thuis het plantje op naam gebracht. We hadden het Kleine blaasjeskruid ( Utricularia minor ) gevonden. Dit fraaie waterplantje staat op de rode lijst als kwetsbaar aangemerkt. Een leuke vondst dus. Blaasjeskruid is een bijzonder plantje, het is n.l. een vleeseter. Met de kleine blaasjes tussen zijn draadvormige blaadjes vangt hij kleine diertjes, zoals bijvoorbeeld watervlooien.

klein blaasjeskruid  bloem

de blaasjes tussen de takvormige blaadjes