vrijdag 27 april 2012
JONKIE
woensdag 25 april 2012
SCHUIVENDE PANELEN
| het schuiven van een beukenknop vangt aan |
| de druk doet alles uitschuiven |
| na het schuiven het uitvouwen |
Het wordt eindelijk wat warmer en dan gaat het gebeuren. De druk in de knoppen loopt op, duwt tegen de schubben. Er zit niets anders op ze moeten na hun beschermende dienst gedurende de winter meegeven, loslaten, schuiven en de inhoud laten gaan. Alles moet er uit, blaadjes, takjes en bloemen, groeien, groeien en bloeien dat is wat er moet gebeuren. De eik en de beuk hebben al te lang gewacht. De kastanje staat al helemaal in blad en de eerst bloemetjes in de kaarsen zijn al ontloken. Nu zijn ze begonnen aan de inhaalslag. Over enkele dagen, een weekje misschien hebben ze het gefikst en zijn lanen, dreven en bossen gehuld in het mooiste groen van het jaar : Lentegroen!
| ook de bruine beuk doet mee |
| en de stugge eikenknop moet ook gaan schuiven |
| bijna explosief knallen blad en bloemtrosjes uit hun corset |
maandag 23 april 2012
MISTLETOE
| bloeiende vogellijm in april |
In de jaren zeventig van de vorige eeuw groeide in een populier langs de A-7 tussen Hoogezand en Sappemeer een Mistletoe ( Viscum album ). Zijn Nederlandse naam is Vogellijm of ook wel Maretak. Deze groeiplaats was toentertijds de noordelijkste vindplaats in ons land. Door de toenemende verkeersdruk moest de tweebaansweg naar een vierbaansweg worden omgeturnd. Het valt te raden wat er ging gebeuren, een hele rij populieren moest worden gekapt en natuurlijk ook de woning van de vogellijm. Protest hielp niet. Toen kwam er een 'reddingsplan'. Het stuk stam met enkele kortgezaagde zijtakken eraan en de vogellijm werd overgebracht naar de Hortus Haren. Het onderste deel diep in de grond gegraven en maar hopen dat het zou lukken. De stam zou wortels krijgen, de sapstroom weer op gang komen en de vogellijm was gered. Zo simpel is dat natuurlijk niet, de vogellijm ging dood net als de stam. Einde verhaal. Gelukkig staat er in de hortus een sierappel waar een aantal mooie maretakken op groeien. Ooit waren ze 'gezaaid' op een aantal toen nog jonge boompjes. Dat heb ik altijd onthouden. Na de kerst van 2008 had ik wat zaadjes tegen het stammetje van mijn sierappeltje gelijmd met hun eigen plaksel. Het jaar erop steeds gekeken of er iets gebeurde. Duidelijk was dat een aantal zaadjes waren verdwenen. Opgegeten door vogels dacht ik. Toen in de herfst mijn boompje zijn blad liet vallen zag ik een klein groen gevalletje aan de stam. Er was een zaadje gekiemd en twee kleine groene blaadjes staken uit de stam! In 2010 groeide hij door met weer een paar blaadjes en dat gaat nog steeds door, langzaam maar gestaag.
| en ook nog besjes in april |
Het vogellijm is een halfparasiet. Het haalt met zijn wortels mineralen uit zijn gastheer, maar kan wel zelf assimileren. In ons land komt hij vooral voor in Limburg en daar is een reden voor. Populieren en ook appels die groeien op kalkrijke grond hebben altijd zijn voorkeur, vandaar dat we ze hier zo weinig zien. Maar ja wat moet je als zaadje als je door een vogel of mens wordt meegenomen naar andere streken en toch wilt ontkiemen, gewoon groeien dus. Uit de kleverige massa van zijn besjes maakten in vroeger tijden vogelvangers een sterke kleefstof die op stokken werd gesmeerd om op deze manier zangvogeltjes te vangen. Die beestjes werden dan op vogelmarkten te koop aangeboden in kleine kooitjes. Wie kent niet het verhaal van twee zwarte kraaloogjes die blind waren gemaakt opdat het vogeltje nog mooier zou zingen. Gelukkig zijn dergelijke praktijken verleden tijd, geschiedenis geworden. Het plantje heeft er wel zijn naam aan te danken. Bij de oude Kelten was het een magische plant en was het een symbool van de onsterfelijkheid van de ziel. Vroeger werd het gebruikt tegen diverse kwalen, meestal werd het blad maar soms de hele plant gebruikt. Tegenwoordig weet men dat het stoffen bevat die tumor remmend en bloeddruk verlagend werken. In onze tijd is het een zeer gewilde kerstversiering, mogelijk weer een van de vele heringevoerde heidense gebruiken in het Christendom.
vrijdag 20 april 2012
EITJES AAN GROENE STEELTJES
| kievitsbloem, de paarse vorm |
Vroeger waren ze al niet heel erg algemeen, maar tegenwoordig zijn ze zeldzaam in het wild aan te treffen. Slechts op enkele plaatsen zijn ze nog te vinden, de kievitsbloem ( Fritillaria meleagris ), ook wel kievitseitjes genoemd. Niet zo'n raar idee eigenlijk. Ze hebben gevlekte, beetje eivormige bloemen. Vooral vlak voor het open gaan zijn het net eitjes. Bovendien worden ze ook in weilanden gevonden. Meestal zijn ze paars gevlekt, maar ook witte exemplaren komen voor, vreemd genoeg meer in cultuur dan in de natuur. Het is een bolgewasje en hoort bij de familie van de lelieachtigen ( Liliaceae ). Het houdt van vochtige natte, niet te arme grond en kan zelfs tegen tijdelijke overstromingen van beekjes en rivieren. Op sommige plaatsen in Europa kan het voorkomen dat ze gewoon in een laagje water na een plotselinge overstroming staan te bloeien. Door overbemesting en ontwatering zijn ze op veel plaatsen waar ze voorkwamen helaas verdwenen. Maar.... wij zijn een land van bollenkwekers en omdat veel mensen het mooie bloemetjes vinden worden ze volop gekweekt om in onze tuinen te zetten. En niet alleen daar, we komen ze ook tegen in het openbaar plantsoen, heemtuinen en botanische tuinen. In de Harense Hortus doen ze het al vele jaren goed en breiden zich zelfs uit. Al weer een voorbeeld van het belang van dit soort toevluchtoorden voor vele soorten planten. O, ja, als u ze in de herfst als bolletje aan wilt schaffen denken om de volgende zaken. Direct planten!! Geef ze een lekkere vochthoudende en voedzamen grond. Laat ze uitbloeien zodat ze zich kunnen uitzaaien en houdt de leliehaantjes, die kleine oranjerode vreetmachientjes in de gaten. Pluk ze ook zelf niet, want dan zal het bolletje 'verhongeren' en het volgend jaar niet meer verschijnen.
| en de witte vorm, soms zijn zelfs helemaal spierwit |
woensdag 18 april 2012
AFWIJKEND GEDRAG WORDT BELOOND
| een zuurstok roze dame |
In de Harense Hortus staat een kerstboom die zich niet gedraagt zoals het hoort. Hij heeft per tak maar een kegel en die zit ook nog aan het topje. Als jonge bloem staat het roze, blozende dametje fier rechtop om de rond dwarrelende stuifmeelkorrels op te vangen. Na dat is gebeurt gaat ze uitgroeien tot een echte sparappel. Omdat ze aan het topje van een dunne tak groeit en te zwaar wordt om rechtop te blijven staan, gaat ze hangen net als bij alle andere sparren soorten, door haar gewicht neem ze het takje mee in een naar beneden gerichte toestand. Daardoor krijgt de boom een beetje een treurvorm. Het is een vorm van de Fijnspar ( Picea abies ), onze gewone kerstboom. Deze afwijkende vorm is in 1890 in Zweden gevonden en in cultuur gebracht en kreeg de mooie naam Picea abies 'Acrocana'. Later werd ook nog een dwervorm ontdekt die de naam Picea abies 'Acrocana Push' mee kreeg. Beide soorten worden weinig gekweekt en zijn vaak alleen bij gespecialiseerde kwekers te vinden. Daarom is het zo fijn en noodzakelijk dat er botanische tuinen zijn. Laten we er voor zorgen dat deze vaak honderden jaren oude tuinen niet ten onder gaan in moeilijke financiele tijden!
| de boom in de grote rotstuin in de Harense Hortus |
maandag 16 april 2012
RAAR FAMILIELID
In mijn tuin heb ik een vreemd struikje. Eens een aantal gekregen van een kweker om als bodembedekker uit te proberen in het openbaar groen. Helaas voor dit doel ongeschikt gebleken heb ik er maar eentje in de tuin gezet. Ik heb het hier over de Xanthorhiza simplicissima. Dit struikje komt uit het oosten van de Verenigde Staten. In de natuur is het met name in Florida ernstig bedreigd in zijn voortbestaan. De natuurlijke groeiplaats is vaak langs oevers van rivieren en langs bosranden, op vochthoudende grond en vaak in halfschaduw.Het is al heel lang in cultuur en werd in Europa in 1766 ingevoerd in Engeland.
Vanwege zijn gele wortelstok en hout wordt hij Yellowroot genoemd. Die naam kunnen we niet vertalen als geelwortel, want dan hebben we het over een heel andere plant, de Curcuma, bekend van de kerrie. Een Nederlandse naam is dus niet voor handen. Zijn tweede naam heeft betrekking op de kleine simpele bloemetjes. Deze zijn paars van kleur, met mooie gele helmknopjes en slechts 4 mm. in doorsnee. Aan de top van de tak staan ze in lange toefjes duidelijk zichtbaar, want ze bloeien voor het blad er aan zit en dat is nu, in april dus. Zijn familieleden zijn bosanemoon, boterbloem en monnikskap of wel de Ranonkelfamilie ( Ranunculaceae ). Samen met de Clematis zijn het de twee enige soorten met houtige stengels, zeg maar takken binnen deze familie. In mijn tuin staat hij droog en zonnig, al 25 jaar zijn best te doen. Door deze standplaats is hij nog maar 60 cm. hoog ( in de natuur haalt hij zeker 1 meter ) en woekert bijna niet. Dit kan op vochtige grond vanwege zijn dan snel groeiende wortelstokken een probleem geven. Elk jaar bloeit hij volop, is ongevoelig voor vorst en wat zeker telt is zijn prachtige herfstkleur van oranjerood tot diep purperrood.
vrijdag 13 april 2012
KIEMPLANTJES
| Bruine beuk |
Op de Eshof staan vier statige Bruine beuken ( Fagus sylvatica 'Atropunicea' ) langs de weg. Ze staan daar al zo'n 125 jaar. Elk jaar zitten er beukenootjes aan, soms heel veel, dan weer een aantal jaren kleine hoeveelheden. In de herfst vallen die op de grond. Een deel word door de bladruimers samen met het blad afgevoerd, de achterblijvers worden opgepeuzeld door vinken, houtduiven en eekhorens. Deze eekhorens verstoppen samen met gaaien en boomklevers ook flink wat tussen het mos als wintervoorraad. Doordat ze wat vergeetachtig zijn en niet alle nootjes weer terug vinden komen nu overal jonge bruine, maar ook groene beukjes op. De bruine beuk komt van nature in het wild voor, maar is een veel minder vaak voorkomende kleurvorm. Zodoende komen uit lang niet alle nootjes weer bruine, maar ook groene beukjes. Ook de vlak in de buurt staande Spaanse aak of Veldesdoorn ( Acer campestre ) had zijn helicopterzaadjes het afgelopen najaar meegegeven aan de wind. Een flink aantal waren in mijn tuin geland en nu ontkiemd. Tijdens het wieden worden ze zonder pardon uit de grond getrokken en ter compostering afgevoerd. Zoals ik in mijn vorige blog al aan gaf, genoeg kiemspul in de tuin. Al dat kleine grut wat de bedoeling had uit te groeien tot grote, soms hele grote planten gaat ook voor het grootste deel de bak in. Toch is het leuk om te zien hoe al dat spul de grond uit komt en vaak ook nog op verrassende plaatsen. Weer bijna een hele dag bezig in de tuin, de camera bij de hand, dat is genieten met een grote G.
| Spaanse aak |
| Goudsbloem ( rechts ) en vergeet-mij-nietje |
| Ringelwikke ( Vicia hirsuta ) |
| Look zonder look ( Alliaria petiolata ) |
Abonneren op:
Posts (Atom)