maandag 26 september 2011

GERINGD


Zwartkop

Hij was deze zomer ergens in het noorden uit z'n ei gekropen. Elke keer als hij zijn snavel open deed stopten zijn ouders er lekkere insekten, rupsen en spinnen in. Hij groeide als kool, net als zijn broertje en zusje.

Na een poosje waren zijn veertjes gaan groeien, steeds meer en meer. Zijn vleugeltjes waren ook flink beveerd geraakt. Toen was het tijd om zijn spieren te sterken. Elke keer sloeg hij ze uit en ging fladderen en wapperen. Het was een hele drukte in dat nest met al dat gefladder. Op een goeie dag sprong hij over de rand van het nest en bleef aan een tak hangen. Na wat geworstel kreeg hij het voor elkaar zijn pootjes om de tak te krijgen en ging zitten. Moe was hij er van geworden. Gelukkig zorgden zijn ouders er voor dat er steeds wat lekkers werd gebracht. Na een tijdje werd dat steeds wat minder, dus ging hij zelf op jacht. Dat viel eerst niet mee, maar langzamerhand kreeg hij het onder de knie. Hij at elke dag flinke porties en oefende flink op het vliegen. Toen hij hij groot en sterk geworden was werd het kouder daar in het noorden. Hij deed wat alle soortgenoten deden en vertrok naar warmere streken. Naar het zuiden moest hij.

in het net

Een eind vliegen, dan een bosje zoeken om te eten en te slapen en weer verder. Op een morgen, hij had lekker geslapen, nog wat gegeten, strekte hij z'n vleugels uit en vloog weer verder. Wat was dat! Plots zat hij verward in allemaal zwarte draadjes. Hoe hij ook spartelde hij kon niet meer los komen. Toen kwamen er twee grote mannen aan, hij piepte en hij schreeuwde maar het hielp niets. Een grote hand pakte hem beet, maakte de draadjes om zijn pootjes en vleugels los en stopte hem in een zak. Angstig vond hij het en wilde er uit. De zak was echter stijf dicht geknoopt. Hij kroop in een hoekje en bleef daar bang zitten. Na een poosje werd de zak weer open gemaakt. Dezelfde hand pakte hem beet en tilde hem eruit. Waar was hij en wat gebeurde er toch allemaal. Voor hij het wist had hij een ring om zijn poot, werd zijn vleugel gemeten en ging weer in de zak. Hij hoorde de mannenstem getallen noemen en weer uit de zak hoorde hij nog zeggen: Vet 4.
Door een open raam werd hij naar buiten gelaten. Pff dat was me wat! Hij maakte dat hij weg kwam. Het bosje uit en snel op weg naar het zuiden, de rest achterna.

geringd


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen